VERANTWOORDING

Dit is geen boek en toch een boek, en voordat iemand deze bladzijde omslaat wil ik vertellen hoe dat komt.

Vijf jaar geleden kocht ik een huis in Maastricht, en zoals dat vaker gaat met oude panden werd het opknappen ervan een meerjarenplan. Twee zomers terug was de ingebouwde kast op een van de slaapkamers aan de beurt om onder handen te worden genomen. Een van de muren in die kast bleek niet erg stevig; erachter ontdekte ik een nis, een loze ruimte onder de zoldertrap.

Helemaal leeg was het daar niet. Er lag een kartonnen map, bedekt met stof en gevuld met een dikke stapel papier. Het was een manuscript, letterlijk: met de hand geschreven en met de titel ‘Dit boek bestaat niet’.

Het boek (of niet-boek) bestaat uit 74 korte paragrafen c.q. hoofdstukken, een motto en 3 krantenknipsels. De hoofdstukken zijn genummerd, maar niet op de gebruikelijke wijze. De auteur telt af in minuten, van 23.00 uur naar 00:00 uur – en dat laatste hoofdstuk bestaat uit slechts drie woorden.

Wie die auteur is weet ik niet. In het manuscript en op de kartonnen map heb ik over de schrijvers identiteit geen aanwijzingen kunnen vinden. Navraag bij de makelaar over de vorige bewoners van ons huis liep op niets uit. Zij kunnen of willen geen informatie geven. Ook een bezoekje aan de buren (links, rechts en aan de overzijde van de straat) leverde niets op, ze vertelden mij nooit contact te hebben gehad met de vorige bewoners en konden zich zelfs geen gezichten of namen herinneren.

De krantenknipsels die ik aantrof bleken authentiek te zijn. In de archieven van het Limburgs Dagblad en andere regionale dagbladen heb ik echter geen ander materiaal of achtergrondinformatie kunnen vinden. Inzage in de politiedossiers is mij niet gegund, het enige dat men mij bij justitie wilde vertellen is dat het onderzoek inderdaad is stilgelegd. Daarna hebben ze de map met inhoud opgeëist. Met tegenzin heb ik hem moeten overhandigen – maar niet voordat ik elk vel papier zorgvuldig had gekopieerd. Jammer genoeg heeft het manuscript de politie in haar onderzoek niet vooruit geholpen. De misdaad is nog altijd onopgelost. En alle sporen lopen dood.

Gezien de inhoud van de tekst, voelde ik een grote behoefte om van deze stapel papier een ‘echt’ boek te maken. Tot mijn spijt heb ik tot nu toe geen enkele uitgeverij bereid kunnen vinden om het werk te publiceren. Ze vonden het meestal wel bijzonder van aard en stijl, maar het geheel was hun toch te bizar of te ongrijpbaar. Uitgevers houden van duidelijkheid en spelen op safe. Ze denken graag in genres en hokjes en doelgroepen. Hoe meer afwijzingen ik echter ontving, hoe koppiger ik werd. Het werd een missie om ‘Dit boek bestaat niet’ weldegelijk te laten bestaan en ik ben erg blij dat die missie uiteindelijk is volbracht - al is het natuurlijk mogelijk dat dit bestaan kleinschalig en marginaal zal zijn. Het zij zo. Een kleinschalig bestaan is nog altijd meer dan een non-bestaan en dat laatste gun ik dit manuscript beslist niet.

Het uittypen van de tekst bleek nog een heel karwei omdat het handschrift niet altijd even makkelijk leesbaar was. Op de pagina’s hierna staat de integrale transcriptie van de tekst. Ik heb elk woord letterlijk overgenomen, maar ben wel zo vrij geweest om spel- en grammaticafouten te verbeteren. Sommige woorden waren onleesbaar maar door logisch nadenken en wat puzzelwerk, heb ik in alle gevallen een naar mijn idee aanvaardbare oplossing kunnen vinden. De pagina-indeling heb ik van het origineel precies zo overgenomen.

Het enige dat ik met opzet heb weggelaten is de plaatsnaam die in de krantenartikelen wordt genoemd. Het leek mij beter om de anonimiteit van de bewoners van deze Julianastraat te waarborgen.

De hoofdpersoon van dit boek bestaat niet. Dat is niets vreemds, de meeste romanpersonages bestaan alleen in tekst op papier. Maar wie dit boek (dat nu gelukkig wel bestaat) helemaal uitleest, zou kunnen concluderen ook de auteur ervan niet bestaat. Maar zoiets is natuurlijk onmogelijk. Ikzelf heb de indruk dat de auteur niet dezelfde is als het boekpersonage Rein, en ik hoop dat deze publicatie mij helpt om de identiteit van de schrijver te achterhalen. Dat zou in elk geval mijn persoonlijke nieuwsgierigheid bevredigen, en wellicht ook die van eventueel andere, toekomstige, lezers.

Ik ben erg blij dat de politie, in de hoop dat het bruikbare tips oplevert, heeft ingestemd met deze publicatie. Iedereen die belangrijke informatie denkt te hebben moet ik officieel naar hen doorverwijzen, maar ik zou het bijzonder op prijs stellen wanneer men ook mij hierover zou willen inlichten.

Ten slotte wil ik benadrukken dat bovenstaande de volledige waarheid is, en mijn bedoelingen oprecht zijn. Wie dat in twijfel trekt nodig ik uit zich uit te spreken en contact met mij op te nemen.

Tim Gladdines

Maastricht
Augustus 2005